Archive for the ‘Navigation and Weather’ Category

Op een rollend tapijt naar het zuiden langs de Braziliaanse kust

Thursday, October 8th, 2009

brazil-ond 

De Clipper Stad Amsterdam kan via de Braziliaanse stroom met wat extra snelheid naar het zuiden liften.

De Equatoriale Stromen:
De Braziliaanse stroom is onderdeel van de Equatoriale stromen. Dit zijn 3 series van 3 oceaanstromen in de Atlantische, Indische en Grote Oceaan, allemaal binnen circa 10° van de evenaar. De Noordelijke en Zuidelijke, waar de Braziliaanse Stroom deel van uitmaakt, Stromen zijn redelijk breed; 1000 tot 1500 km. Deze stromen bewegen zich in westelijke richting. Ze zijn van elkaar gescheiden door een ongeveer 500 km brde, in oostelijke richting gaande Equatoriale Tegenstroom.

south-equatorial-yyy
De drijvende krachten voor de westelijke stromingen worden gevormd door de noordoostelijke en zuidoostelijke passaatwinden.
De oostelijke stroom valt samen met dat deel van de aarde waar de windkracht het laagst is namelijk de doldrums of ITCZ (Inter-Tropische Convergentiezone) en wordt grotendeels door dit feit bepaald.

juli

De Braziliaanse Stroom:
Dit is de stroom die het westelijk deel vormt van de tegen de wijzers van de klok draaiende circulatie aan het oppervlak van de Zuid-Atlantische Oceaan. Hij begint als het zuidelijk deel van de Zuidelijke equatoriale stroom en staat los van de grote watermassa die in noordwestelijke richting langs de Noordbraziliaanse kust. Op ongeveer 35° ZB, voor de kust van Argentinië, ontmoet hij de koude, noordoostgerichte Falklandstroom (Malvinasstroom).

bestproduct_20090930_21822_at7_uv_n0_t0

De gecombineerde watermassa stroomt verder als de westenwinddrift naar het oosten. In vergelijking met de Golfstroom is de Braziliaanse Stroom eerder zwak en ondiep.

Meer info:

http://oceancurrents.rsmas.miami.edu/atlantic/atlantic.html

http://bulletin.mercator-ocean.fr/html/produits/bestproduct/welcome_fr.jsp?nom=bestproduct_20090930_21822&zone=at7
 

Met vriendelijke groeten,

Fritz

Navigeren in de buurt van Easterly Waves

Thursday, September 17th, 2009

Easterly Waves

1. Algemeen EW of Tropical waves
Deze komen voor in de zomer en de herfst (zelfs tot in december in actieve orkaanseizoenen). Ze worden voorafgegaan door mooi weer, maar de condities worden al snel slechter: intense neerslag (buien), ZO-wind tot 30-35 kn.

ew11

Deze golven bewegen zich tussen 5N en 25N met een vrij constante snelheid van 12 kn en volgen elkaar op met een frequentie van 3 tot 5 dagen.
Weersveranderingen:
- enkele honderden km’s voor de as van de golf, daalt de luchtdruk en wordt het mooi weer, met een heldere hemel en enkele cumuluswolken geordend in rijen (wolkenstraten)
- Net voor de as draait de wind (van oost) naar NO en neemt af (dit in tegenstelling tot wat er bij de passaat gebeurt, zie vorige mail). De cumuli lijken gerangschikt in banden parallel met de windas. De cumulusbewolking begint snel te ontwikkelen maar ze behouden hun georganiseerde structuur.
- De luchtdrukdaling is van een grootte orde van 3 hPa
- In de as van de golf stijgt de druk, de wind ruimt vrij snel naar ZO en wakkert aan. De verticaal zeer uitgestrekte cumuli (cb’s of cumulonimbussen) geven hevige neerslag met onweer die zich ook in banden  parallel aan de ZO-wind organiseren.
(more…)

Buien in de passaat

Tuesday, September 15th, 2009

Buien in de passaat

1. Algemeen

Door de verdamping van vocht in de passaatzone geraakt de lucht stilaan verzadigt met vocht en vormen zich buien die gevangen blijven in de inversielaag. (Inversielaag of ook wel wrijvingslaag genoemd. Is meestal rond een 1.5 à 2 km hoog in de passaatzone. Bij ons hier is dat meestal, wegens minder warm maar 1 km hoog. In een normale atmosfeer/troposfeer neemt de temperatuur af met de hoogte. Maar in het geval van een inversielaag neemt in het onderste gedeelte van de troposfeer de temperatuur toe met de hoogte tot aan de grenslaag op 1.5 à 2 km hoogte
(more…)

Eilanden in de passaat

Saturday, September 12th, 2009

1. Algemeen

Indien de passaatwind goed ontwikkelt is (meer dan 15 knopen) zullen windschaduw, en verstoring van de stroming overdag een belangrijke rol spelen. Echter ’s nachts zal de passaat in de buurt van de eilanden wegvallen. Buitengaats blijft de passaat waaien maar aan de eilanden botst de passaat op koude landlucht die van de hellingen afvalt en de passaat verzwakt of in veel gevallen opheft. (more…)

Passaatwinden - Trade Winds

Wednesday, September 9th, 2009

Passaatwinden - Trade Winds: english version see below.

1.Richting van de passaat
In het oostelijk gedeelte van de oceaan komt de passaat uit NNO 15-20 kn, en draait naar het oosten naarmate men meer naar het westen opschuift. Hoe sterker de passaat hoe meer de wind NO is, hoe zwakker de passaat hoe meer ZO.
De cumulusbewolking vertaalt deze condities:
-Sterk ontwikkelde cumuli, niet te hoog, naar achter hellend: sterke passaat, NO
-Hoge cumuli, weinig verticale helling; zwakke passaat, ZO.

2.Dagelijkse gang van de barometer in de passaat
(more…)

Strategie in de buurt van hogedrukgebieden

Wednesday, August 19th, 2009

Strategie IN De BUURT VAN HOGEDRUKGEBIEDEN - By Fritz Buyl

1) Inleiding

In de vorige 2 hoofdstukken hebben we bestudeerd hoe we een traagbewegende depressie langs het noorden en het zuiden kunnen omzeilen. We hebben de specifieke eigenschappen van de systemen onder de loep genomen en aangepaste strategieen bekeken.

Laten we nu gaan kijken hoe we een anticycloon of hogedrukgebied moeten benaderen, meer bepaald hoe we de windstille zones in de kern kunnen vermijden. We navigeren in de buurt van een zone van hogedruk, daar waar het normaal gezien altijd mooi weer zou moeten zijn. Daar gaan we toch een beetje moeten van terugkomen: de randen van hogedrukgebieden kunnen behoorlijk winderig zijn (zeker indien de gradiënt in de van het hoog groot is) en de centrale zone zonder wind kan ons behoorlijk wat kopzorgen bezorgen.

Hier een voorbeeld van 20/03/07. Het windveld komt via www.grib.us

hoog1

 

 De grondkaart van de DWD: http://www2.wetter3.de/fax.htmlhoog2

We bemerken een stevige N-wind over West-Europa (het zal er behoorlijk fris worden) alsook het centrum van het hoog zonder wind.

 

 

2) Het omzeilen van een traagbewegend hoog via het oosten

De voor de hand liggende optie voor het omzeilen van een anticloon is via het oosten met dragende wind. Dit is een klassieke situatie op de Noord-Atlantische Oceaan als we van West-Europa koers zetten naar de Antillen of de Canarische Eilanden. Het hoog der Azoren of een uitloper ervan zwerft steeds in de buurt  of zal zich pal op onze route bevinden.

hoog3

   Het strategisch probleem dat zich stelt is het volgende:

  • - We willen niet vastlopen in de luwtes van de kern zonder wind.
  • - We willen vermijden pal voor de wind een al te grote omweg te moeten maken. 

Indien we hier een routeringsprogramma op los laten, wordt de volgende oplossing voorgesteld; een “meeuwenvleugel”-route (route en aile de mouette)

ð 1. We zeilen met NW-wind over BB naar het hoog, met een iets snellere hoek dan de beste VMG voor het afkruisen.

hoog4

ð 2. We naderen de kern van het hoog waardoor we een winddraaiing naar NO tot O krijgen.Nu komt het er op aan op het gepaste moment te gijpen.

hoog5

 

 ð 3. We verlaten het hoog over SB in een O tot OZO-wind die geleidelijk toeneemt in kracht naarmate we verdetr van de kern zijn.

hoog6

3) Enkele bemerkingen

  • - Belangrijk bij deze route is om de boot ge ganse tijd onder een snelle hoek te laten varen, iets sneller (hoger) dan de beste VMG op ruime koersen.
  • - Deze route is korter en sneller dan helemaal rond te gaan. De winst is van de grootteorde van 15%.
  • - MAAR HET MOMENT VAN GIJPEN IS CRUCIAAL

 

  • ð Indien we te ver gaan, parkeren we in de windloze kern van het hoog, waaruit het moeilijk ontsnappen zal zijn (immers een anticycloon is vaak stationair en verplaatst zich slechts langzaam). 
  • ð Indien we niet ver genoeg durven doordringen in de kern, leggen we te veel weg af en profiteren we niet ten volle van de kromming (en dus winddraaiing) van de isobaren. 

Vb: B2 die te vlug heeft gegepen verlaat onder minder gunstige omstandigheden het hoog dan B1. B2 heeft dus niet ten volle geprofiteerd van de kromming van de isobaren.

hoog7

- Het is natuurlijk wel noodzakelijk dat het windveld van het model in de buurt van de kern van het hoog realistisch is, hetgeen maar zelden het geval uis voor zones met weinig wind. We gaan hier de grib-files niet letterlijk mogen nemen en zullen naar extra informatie moeten grijpen door middel van waarnemingen (zie verder).

All Rights Reserved Copyright © 2008 Design by StyleShout and Clazh | Distributed by eBlog Templates