Buien in de passaat
Posted in Navigation and Weather | By Marc |
Buien in de passaat
1. Algemeen
Door de verdamping van vocht in de passaatzone geraakt de lucht stilaan verzadigt met vocht en vormen zich buien die gevangen blijven in de inversielaag. (Inversielaag of ook wel wrijvingslaag genoemd. Is meestal rond een 1.5 à 2 km hoog in de passaatzone. Bij ons hier is dat meestal, wegens minder warm maar 1 km hoog. In een normale atmosfeer/troposfeer neemt de temperatuur af met de hoogte. Maar in het geval van een inversielaag neemt in het onderste gedeelte van de troposfeer de temperatuur toe met de hoogte tot aan de grenslaag op 1.5 à 2 km hoogte
; Boven deze hoogte, dus boven de grenslaag, neemt de temperatuur dan weer af met de hoogte) e buien worden talrijker naarmate je meer opschuift van oost naar west (ten noorden van de Kaapverden komen ze langs de Afrikaanse kust meestal niet voor wegens de droge landlucht, meer naar het westen wordt er door de lucht in de NO-wind meer en meer vocht vanover zee opgepikt). Door deze inversielaag krijgt de verticale windgradiënt een eigen profiel. In normale omstandigheden neemt de windkracht toe met de hoogte. In de passaatzone neemt de wind met de hoogte af in de inversielaag om quasi nul te werden aan de grenslaag op 1.5 à 2 km hoogte, om dan van richting te veranderen en toe te nemen met de hoogte. Dit is de retourstroom van de passaat (hoge bewolking zal dus ZW waaien in de passaat)
Dit verklaart het specifieke uiterlijk van de buien in de passaat:
- De basis van de buien licht op gelijke hoogte (normaal,ligt aan condensatieniveau dat eigen is voor een luchtlaag)
- De toppen van de buien liggen ook op gelijke hoogte, hetgeen overeenkomt met de grenslaag van de inversie (dit is al minder klassiek)
- De buienkolommen hellen naar achter aangezien de wind in de inversie afneemt met de hoogte (dit is typisch voor de passaatzone)
2. Afwijkingen
Indien er afwijkingen optreden tov het bovenstaande verhaal dan wil dat zeggen dat er “iets” gebeurd:
- Indien de buien hoger en hoger worden, wil dit zeggen dat ook de inversie stijgt in hoogte, en dat de passaatwind dus afzwakt (en naar het ZO draait)
- Indien de hoogte van de toppen van de verschillende buien in hoogte verschilt, wil dit zeggen dat de inversie (en dus ook de retourstroom) aan het verdwijnen is; Dit duidt op een onderbreking in de passaat, hetzij door een storing vanuit het westen (in het noordelijk gedeelte van de passaatzone) of dit kan er ook op wijzen dat je de passaatzone verlaat in het zuiden en de geleidelijk aan de doldrums binnenvaart.
- Indien de lucht uitklaart (dit geldt niet voor het oostelijk gedeelte van de passaatzone langs de Afrikaanse Kust) duidt dit op dalende bewegingen in de lucht. Dit kan 2 zaken betekenen: ofwel is dit de voorbode van een “easterly wave” (zie volgende mail) vooral in het zuidelijke gedeelte van de passaatzone ofwel kom je te dicht in de buurt van het Azorenhoog vooral in het NW-lijk gedeelte van de passaatzone.
3. Wind geassocieerd met de buien:
De buien volgen de stroming van de inversielaag die grotendeels overeenkomt met de oppervlaktewind. De trekrichting van de buien is meestal iets geruimd tov de oppervlaktewind (indien oppervlaktewind NNO, dan komen de buien uit NO).
De buien bewegen 3 à 4 knopen sneller dan de oppervlaktewind.
We kunnen 2 soorten buien in de passaat onderscheiden: de “klassieke” buien en de typische passaatbuien waarvan de bewolking naar achter helt.
4. Klassieke buien
Indien de bui zich gewoon verticaal uitstrekt (dus niet achterwaarts hellend) kunnen we spreken van klassieke buien.
Strategie: men moet proberen aan de voorzijde van de bui te blijven, die zich ongeveer volgens de windrichting verplaatst. Er moet vooral opgelet worden voor de luwtes onder en vooral aan de achterzijde van de bui. Zit men toch gevangen in de “schaduw”
5. De typische passaatbuien waarvan de bewolking naar achter helt
Door de afname van de wind met de hoogte in de inversie van de passaatzone, ijlt het onderste gedeelte van de bui het bovenste gedeelte voor. De windshift door deze buien is anders dan in het geval van de klassieke buien. Ook door de inclinatie van deze buien is hun levensduur beduidend langer dan deze van klassieke buien. Immers de neerslagzone onderdrukt de kolom van opstijgende lucht niet.
Zone 1. Zone met minder wind aan de voorzijde
Zone 2. Zone met minder wind aan de achterzijde
Zone 3. De wind convergeert naar de bui toe.
Zone 4. Sterk windveld waar de lucht uit de bui stroomt. Het is dan ook dat er winst kan gemaakt worden.
De extra wind is meestal een 10-tal knopen. Dit kan meer zijn indien de basis van de bui zeer laag is (enkele honderden meters), maar kan ook minder zijn indien de wolkenbasis vrij hoog is.
Zone 4 is dus aangewezen om op te zoeken. Deze zone strekt zicht uit tot ongeveer 3 mijl van de bui.Je kunt er 30 à 35 knopen verwachten; De centrale as van de bui kan best vermeden worden, en vooral de achterzijde met minder wind kan zich toch tot 5 à 6 mijl uitstrekken.
Net zoals de bewolking (zie wolkenstraten), zullen deze buien zich in lijnen organiseren en kan je ervoor kiezen die extra wind te gaan opzoeken of niet.

